Maandag
Ik kan het niet meer aan,
de waas van het weekend.
Een lach en een traan,
maar niemand die je echt kent.
Altijd is het raak,
De drank vervuild de geest.
Het gebeurt me nu te vaak,
waar ben ik nou weer geweest.
De week van mij in vogelvlucht,
Een krijs, iets er tussen in en een zucht.
Het aller ergste is,
dat mijn woordspelen.
Tot ieders grote ergenis,
Na drank gaan vervelen.
Is dit mijn leven,
een oneindig weekend.
Doordeweeks niets te beleven,
niemand die mij dan kent.
De week van mij in vogelvlucht,
een krijs, iets er tussen in en een zucht.
Nu is het begin,
van een man die het weet.
Er zit nog zoveel tussenin,
als ik dat maar niet vergeet.
Het mooiste van m'n leven,
gaat vanaf vandaag beginnen.
Nog zoveel te moois te geven,
nog genoeg te winnen.
De week van mij in vogelvlucht,
Een krijs, iets ertusen in en eindelijk weer lucht.